GEEN ijsvrij
‘s Ochtends vroeg keek ik uit het raam, er lag sneeuw! Ik kreeg gelijk zin om te sleeën, sneeuwballen te gooien en iglo’s te bouwen. Maar nee, ik moest naar school.
Ik deed mijn jas aan en pakte me helemaal in met een muts, sjaal en handschoenen wetende dat ik het toch koud zal krijgen. Ik pak mijn tas en loop naar buiten. Een ijzige wind slaat op in mijn gezicht. Ik wil terug naar binnen, lekker warm, maar ik loop toch door. Ik moet en zal op tijd op school komen, want ik moet er niet aan denken me de volgende dag vroeg te melden.
Ik stap op mijn fiets en begin te trappen. Er ligt wel 15 cm sneeuw. Ik gebruik al mijn kracht om vooruit te komen, maar ik kom nog geen millimeter verder. Mijn fiets staat helemaal vast in de sneeuw, dus ik besluit te lopen. Ik moet nog drie straten tot het punt waar gestrooid is. Ik voel mijn vingers bevriezen.
Het begint ook nog te sneeuwen. Het kan bijna niet slechter. Toch wel: ik zie een vriendin van mij op een slee voorbij roetsjen. Zij heeft waarschijnlijk ijsvrij.
Eindelijk ben ik bij het punt waar gestrooid is en ik stap weer op mijn fiets. Langzaam kom ik vooruit. Ik zie andere kinderen sneeuwpoppen maken. Eén seconde let ik niet op. Ik glij uit over het ijs en lig op de grond.
Ik stap weer op met pijnlijke knieën, een ijskoude neus en gevoelloze vingers. Ik durf eigenlijk niet meer te fietsen. Toch doe ik het. Nadat ik nog een keer ben uitgegleden en er 40 minuten zijn verstreken, zie ik mijn school.
Geschreven door 7.4.