• Bijzondere vakken op het Marecollege

    Kenmerkend voor het vrijeschoolonderwijs is, dat de leerlingen niet alleen vaklessen krijgen, maar ook periodelessen.

    Periodelessen
    De eerste twee lesuren volgen de meeste klassen periode-onderwijs. De 7e en 8e vmbo-klassen starten vaak met sport of kunstvakken en hebben het periode-onderwijs het 3e en 4e uur. Het periode-onderwijs bestaat uit blokken van meestal drie weken waarin verdiepingsstof wordt behandeld. Deze stof sluit aan bij de ontwikkelingsfasen van het kind. Tijdens het periodeonderwijs maken de leerlingen hun eigen leerboek: een zogenaamd periodeschrift. Voorbeelden van periodes zijn ‘sterrenkunde’, ‘ontdekkingsreizigers’ en ‘bouwkunde’.

    Vaklessen
    Na het periodeonderwijs volgen de leerlingen vaklessen. In de 7e klas en in de 8e klas krijgen de leerlingen zoveel mogelijk vakken van dezelfde leerkracht.

    In het rooster wordt getracht een afwisseling aan te brengen tussen de meer cognitieve vakken en de meer praktische vakken. Het is karakteristiek voor het vrijeschoolonderwijs, dat alle leerlingen gedurende hun gehele schoolcarrière verschillende kunstzinnige vakken volgen.

    Beeldende vakken
    Vanuit het schoolleerplan volgen alle leerlingen de volgende kunstvakken: tekenen, textiele werkvormen, handvaardigheid en audiovisuele vormgeving.
    We gaan daarbij uit van de ontwikkeling van de leerling en de leeftijdsfasen van het kind. Deze kunstvakken worden in kleinere groepen gegeven, zodat er meer ruimte is voor individuele begeleiding.
    Tot de 10e klas is er voornamelijk sprake van ambachtelijk werken, ontdekken hoe de wereld in elkaar zit en hoe we ons daarin bewegen.
    In de 9e, 10e en 11e klas ontwaakt de individuele persoonlijkheid van de leerling. Binnen de kunstvakken gaat de leerling meer en meer zichzelf zijn en meer van zichzelf laten zien. Het kunstzinnig proces maakt de eigen scheppende krachten van de leerlingen zichtbaar.
    De leerling kan de ontdekking doen, dat een geslaagd werk zeggingskracht heeft en niet per definitie ‘mooi’ hoeft te zijn.

    Muziek
    Het beoefenen van muziek heeft een harmoniserende werking op de opgroeiende mens. De leerling komt los van het alledaagse.
    In de 7e klas worden leerlingen bekend gemaakt met hun stem; naast stemvormings­oefeningen wordt er klassikaal gezongen uit het poprepertoire, maar ook jazz en Nederlandstalig.
    Door het brede repertoire wordt de muziekkennis vergroot. In de 8e klas komt ook de theorie van de muziek aan de orde en worden instrumenten bespeeld.
    Door het jaar heen wordt er kennis gemaakt met instrumenten als het keyboard, gitaar, basgitaar en het drumstel. Uiteindelijk is het doel om samen muziek te maken.
    Vanaf de 10e klas havo en vwo kan het kunstvak muziek gekozen worden als examenvak. Hierbij staan spel, muziekbeleving, samenwerken, inzicht in muzikale structuren en persoonlijke ontwikkeling centraal. Er wordt ook aandacht besteed aan muziektheorie.
    De leerlingen maken kennis met verschillende stijlen, bespelen verschillende instrumenten. In elk leerjaar wordt toegewerkt naar een presentatie.

    Euritmie en dans
    Wanneer je als leerling op onze school begint, krijg je een vak waar de meeste mensen, zonder kennis van de vrijeschool, nog nooit van gehoord hebben: euritmie. Euritmie is een dansachtige beweging, veelal in de zaal, begeleid door livemuziek op piano.
    De leerling leert veel over zijn eigen lichaamshouding en over de ruimte tussen zichzelf en de anderen en hoe je kunt samenwerken zonder woorden. Door de schoolloopbaan heen wordt het vak moeilijker en intensiever. Uiteindelijk kan dans gekozen worden als eindexamenvak voor havo en vwo.

    Examen kunstvakken
    In de tweede fase havo vwo kiezen alle leerlingen één kunstdiscipline (beeldend, muziek of dans), waarin eindexamen wordt gedaan in het laatste jaar. In de 10e klas vmbo-tl kiezen alle leerlingen voor één kunstvak (tekenen, textiele werkvormen, handvaardigheid of audiovisuele vormgeving), waarin eindexamen wordt gedaan.

    Toneel
    Toneel wordt aangeboden in de 9e en de 11e klas. In de 9e klas staat humor voorop en maken de leerlingen samen met de leerkracht een voorstelling. Door middel van improvisaties ontstaat het verhaal en de scène-opbouw, waarna de leerkracht uiteindelijk het script schrijft. In de toneelweek komt alles bij elkaar: er wordt dan hard gewerkt aan de voorstelling met licht, geluid en kostuums. Kenmerkend voor dit proces is, dat de leerlingen scheppend bezig zijn. Dit werkt bindend in de klas en laat leerlingen groeien in hun kracht en boven zichzelf uitstijgen.
    In de 11e klas gaan we meer de diepte in. Vanuit een film of bestaand stuk wordt een bewerking gemaakt. Ook dit proces mondt uit in een toneelweek die leidt tot een voorstelling. Ook hier is steeds weer de vreugde van het creëren, vormgeven en perfectioneren zichtbaar.

    Wereldgodsdienst
    Op het Marecollege wordt in de 9e en de 10e klas het vak wereldgodsdiensten aangeboden. In deze lessen maakt de leerling kennis met het Jodendom, het christendom, de Islam, het Hindoeïsme en het Boeddhisme.
    Kennis over deze religies moet inzicht geven in levensovertuigingen. Levensbeschouwingen van de mens om ons heen met als doel begrip, waardering en respect voor elkaar te ontwikkelen.
    Het vak wereldgodsdiensten biedt de leerling de mogelijkheid wereldse zaken in perspectief te plaatsen en te ontdekken welke waarden en normen belangrijk zijn binnen de verschillende religies. Er wordt te allen tijde nadruk gelegd op mogelijkheden en niet op stelligheden. Dat wil zeggen dat in het gesprek met elkaar zo helder mogelijk wordt uitgedragen dat er niet één waarheid bestaat en verschillen van mens en cultuur een feitelijke aanwezigheid in onze samenleving is.
    Naast de bovengenoemde onderwerpen wordt ingegaan op actuele wereldse zaken aangaande religie en wordt ruimte gemaakt voor vragen die ontstaan naar aanleiding van de geboden stof.

    Mediawijsheid
    Wie volwaardig aan de moderne samenleving wil deelnemen, kan niet zonder oude en nieuwe media. Jongeren moeten kennis en vaardigheden ontwikkelen om hier creatief en selectief mee om te gaan. Deze praktische vaardigheden, zoals het bepalen welke internetbronnen min of meer betrouwbaar zijn, komen aan bod tijdens de ­lessen Leefstijl in het 7e en 8e leerjaar.
    Mediawijsheid omvat echter veel meer. Daarom is in de 10e klas de periode mediales een vast onderdeel van de maatschappijleerlessen. Wij willen dat leerlingen een kritische houding ontwikkelen ten opzichte van de informatie die op hen afkomt, of het nu gaat om informatie uit kranten, journaal, reclame, internet of telefonie. Wij willen dat ze zich goed kunnen laten informeren, dat ze reclame van informatie kunnen onderscheiden, dat ze begrijpen dat informatie nooit objectief gebracht wordt, maar gefilterd is, dat ze weten wat privacy is en hoe (media-)technologie hun gedrag verandert.

    Parzival
    In het leven van (ongeveer) zeventienjarigen spelen de tegenstellingen: zwart-wit/, liefde-haat, ideaal/werkelijkheid een rol. De grote vraag is: Welke idealen leven in jou en hoe kun je ze op de grond gaan zetten?
    De Parzivalperiode in de 11e klas probeert de leerlingen te helpen een antwoord op deze vraag te formuleren. Dat gebeurt via het vertellen van het verhaal Parzival van Wolfram van Eschenbach, waarin de ontwikkelingsweg van de jonge mens in beelden wordt weergegeven. Aan de hand van persoonlijke vragen en opdrachten wordt naar aanleiding van het verhaal een relatie gelegd met het individuele lot van de leerling. Vragen als: “Wie ben ik en wat wil ik?” komen aan bod. Daarnaast komen levensthema’s aan bod als: de betekenis van liefde, stilte, natuur, eenzaamheid, geloof, werk en familie. De leerlingen presenteren aan het eind van de periode een persoonlijke kunstzinnige verwerking van hun eigen proces tijdens deze periode.

    Bouwkunde
    De leerlingen krijgen de periode bouwkunde aan het einde van hun vrijeschool loopbaan. In deze periode ontwerpen alle leerlingen een huis. Wij vragen de leerling om hun eigen ideale wereld, direct om hen heen te visualiseren. Binnen de architectuurwereld spreekt men ook van je derde huid bouwen; je eerste huid is je velletje, je tweede is je kleding en je derde is de woning waarin je graag wilt wonen en je die beschermt tegen invloeden van buiten, zoals het weer.
    In zoektocht naar die vorm laten leerlingen iets zien van wie ze zijn en hoe ze over deze zaken denken. De periode begint met het zeggen van de ochtendspreuk, en wel heel bewust met de eerste zin: ‘Ik zie rond in de wereld’ met de vraag er direct bij: ‘Waar op de wereld zou jij graag willen wonen en zou je huis moeten staan?’
    Een vwo- en havo-leerling gaan dan verder met het tekenen en uitwerken van hun ideale woning die uiteindelijk gepresenteerd wordt op een groot A3 papier. Dit is voor veel leerlingen een praktisch onderdeel van het vak wiskunde. De vmbo-leerling maakt uiteindelijk een maquette op schaal 1:100 cm die ook gepresenteerd wordt aan ouders en belangstellenden.

    Stages
    In de negende klas havo en vwo lopen de leerlingen een maatschappelijke stage van vier dagen. Dit is een stage binnen de non-profit of publieke sector om de leerlingen kennis te laten maken met vrijwilligerswerk.
    In de negende klas VMBO-T en tiende klassen VMBO-T H/V volgen de leerlingen een beroepsstage/sectorstage van een week naar keuze.  Dit is een stage die aansluit bij de toekomstplannen en interesses van de leerlingen.

    Sport
    Op het Marecollege is er veel aandacht voor sport. Er is een jaarlijkse sportdag voor de hele school, een basketbal- en een volleybaltoernooi. Vanaf de 10e klas bieden we een sportoriëntatieprogramma aan in alle afdelingen, waarbij kennis gemaakt kan worden met een groot aantal sporten zoals: tennis, roeien, rugby, golf, boksen, zumba. Voor havo-leerlingen is het mogelijk in de 10e en 11e klas het examenvak Bewegen, Sport en Maatschappij (BSM) te kiezen. Leerlingen in de 9e en 10e klas vmbo kunnen het examenvak Lichamelijke Oefening 2 kiezen.