Lessen
Kenmerkend voor het Vrije School onderwijs is dat de leerlingen niet alleen vaklessen krijgen, maar ook periodelessen.
Periodelessen
De eerste twee lesuren van de dag volgen alle klassen periodeonderwijs. Dit zijn blokken van drie weken waarin verdiepingsstof wordt behandeld. Deze stof sluit aan bij de ontwikkelingsfasen van het kind.Tijdens het periodeonderwijs maken de leerlingen hun eigen leerboek: een periodeschrift. Voorbeelden van perioden zijn ‘sterrenkunde’, ‘zelf een boek schrijven’ en ‘bouwkunde’.
Vaklessen
Na het periodeonderwijs (vanaf het derde uur) volgen de leerlingen vaklessen. In klas 7 en 8 krijgen de leerlingen zoveel mogelijk vakken van dezelfde docent. Voor veel leerlingen vormen de praktische vakken een welkome afwisseling op de cognitieve vakken, omdat ze dan even niet alleen met hun hoofd bezig hoeven zijn. Het is karakteristiek voor het Vrije School onderwijs dat alle leerlingen gedurende hun gehele schoolcarrierre deze praktische vakken (toneel, euritmie, textiele werkvormen, tekenen, handenarbeid en muziek) volgen. Een gedetaillerde lessentabel vind u in de schoolgids (p. 20).
Beeldende vakken op het Marecollege - Lesstof als ontwikkelingsstof
Vanuit het schoolleerplan van deze school zijn er kunstvakken voor alle leerlingen. Deze vakken zijn tekenen, textiele werkvormen en handvaardigheid. We gaan uit van de ontwikkeling van de leerling, die weer uitgaat van de leeftijdsfasen van het kind. In de kleine groepen is meer ruimte voor individuele begeleiding.
Tot klas 4 is het voornamelijk ambachtelijk werken en ontdekken hoe de wereld in elkaar zit en hoe we ons daarin bewegen. Bij het vak handvaardigheid maakt de leerling in het eerste jaar bijvoorbeeld bewegend speelgoed, bij textiel leren kinderen werken op de naaimachine en bij het vak tekenen wordt de materialenkennis met oefeningen van het potlood geoefend. Vanaf klas 3 volgt de leerling ook maskers- en kostuumontwerpen en grafische druktechnieken.
In de klassen 4, 5 en 6 ontwaakt de individuele persoonlijkheid van de leerling. Binnen de kunstvakken gaat de leerling meer en meer zichzelf zijn en laten zien. Het kunstzinnig proces maakt de eigen scheppende krachten van de leerlingen zichtbaar. De leerling kan de ontdekking doen dat een geslaagd werk zeggingskracht heeft en niet per se ‘mooi’ hoeft te zijn. In klas 4 havo, en klas 5 havo/vwo kiest de leerlingen voor één kunstvak (beeldend, muziek of dans), waarna zij in hun laatste jaar eindexamen zullen doen. Er wordt dan met een centraal thema gewerkt en de vaktheorie (o.a. in de vorm van een essay en logboek) is daarbij een essentieel onderdeel van het leerproces.
Dramalessen
In klas 1 leren de leerlingen de beginselen van het toneelspelen. Dit gebeurt door middel van bewegings- en speloefeningen. Verder leren de leerlingen hoe ze moeten improviseren. Na ongeveer een half jaar gaan de leerlingen ook aan het werk met korte scènes en bestaande teksten. Het is in het eerste jaar vooral belangrijk dat de leerlingen vertrouwd raken met toneelspelen.
Toneel
In klas 3 staat humor voorop en maken de leerlingen samen met de docent een voorstelling. We maken door middel van improvisaties het verhaal en de scène-opbouw. De docent schrijft het uiteindelijke script. In de toneelweek komt alles bij elkaar; er wordt dan keihard gewerkt aan de voorstelling met licht, geluid en kostuums. Kenmerkend voor dit proces is dat de leerlingen scheppend bezig zijn. Dit werkt bindend in de klas en laat leerlingen groeien in hun kracht en boven zichzelf uitstijgen. In klas 11 gaan we meer de diepte in. We kiezen een film of bestaand stuk en maken daar onze bewerking van. Met ook weer aan het eind van het proces een toneelweek die uitmondt in de voorstelling. Ook hier is de vreugde van het creëren, vormgeven en perfectioneren steeds weer zichtbaar.
Euritmie en Dans
Wanneer je op onze school begint in de brugklas krijg je een vak waar de meeste mensen nog nooit van gehoord hebben: euritmie. Het is een dansachtige beweging die je in de zaal maakt met je halve of hele klas - niet meer dan 20 leerlingen- vaak begeleid door live-muziek, piano. Aldoende leer je veel over je eigen lichaamshouding en over de ruimte tussen jouzelf en de anderen en hoe je kunt samenwerken zonder woorden. Door de jaren heen wordt het moeilijker en intensiever en uiteindelijk kun je Dans kiezen als eindexamenvak voor Havo/Vwo. Voor Vmbo is een examenprogramma in ontwikkeling.
Lichamelijke Opvoeding
Tijdens de lessen lichamelijke opvoeding bieden wij een gevarieerd programma aan, zowel buiten op een voetbalvereniging als binnen in de zaal. Er wordt zoveel mogelijk toegewerkt naar sporttoernooien, zoals een basketbal- en volleybaltoernooi en een atletiekvijfkamp. Ook neemt turnen een belangrijke plaats in binnen ons programma. In de Tweede Fase wordt een sportoriëntatieprogramma aangeboden. Sporten als golf, tennis, roeien, boksen, squash en fitness kunnen dan gekozen worden. Sinds twee jaar is het ook mogelijk om Bewegen, Sport en Maatschappij als examenvak te kiezen. Dit betekent drie contacturen per week extra, naast de reguliere lessen Lichamelijke Opvoeding
Nederlands
Als je een paar jaar Nederlandse lessen bij ons hebt gevolgd, ben je bekend met alle literatuur van de middeleeuwen tot 2011. Door het lezen van literatuur vergaar je veel kennis en word je aangezet tot denken over keuzes in je eigen leven. Daarbij heb je zó veel gelezen, geschreven en gesproken in het openbaar, dat je er de rest van je leven plezier van hebt. Je ervaart dat je in staat bent jezelf overal en altijd helder uit te drukken in woord en gebaar. Daarmee ben je klaar om je eigen ontwikkeling daadkrachtig ter hand te nemen en stappen te zetten in de wereld.
Vreemde Talen
Het leren van talen betekent een ontmoeting met andere culturen. Op het Marecollege bieden we naast Engels ook Frans en Duits aan. Er wordt in alle klassen met leermethoden gewerkt. Bij Engels is dat ‘All Right, of Course!’, ‘Up and Up’ en ‘New Interface’. Bij Duits gebruiken we de methode ‘Neue Kontakte’ en bij Frans ‘Franconville’ en ‘Libre Service’. Deze methodes voldoen aan de huidige ERK-normen. Wij vinden het belangrijk om naast de leergangen aandacht te besteden aan poëzie, muziek(teksten), literatuur, spreekvaardigheid door middel van reciteren, het opvoeren van toneelstukjes, presentaties en het lezen van boeken.
Geschiedenis
“Geschiedenis is een eindeloze bak met feiten over het verleden.”, zo lijkt het wel, “Het enige wat je hoeft te doen is ze in je hoofd stampen, toch?”. Maar klopt dat beeld wel? Hoe weet je nou zeker of dingen echt gebeurd zijn? Waar haal je de informatie vandaan om te weten wat er nou precies is gebeurd? Geschiedenis houdt zich bezig met bronnen over vroeger. Bronnen kloppen soms niet, zijn erg eenzijdig of liegen ronduit. Feiten uit de geschiedenis staan dus helemaal niet altijd vast. Geschiedenis draait om het beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie. Je bent steeds op zoek naar verklaringen voor gebeurtenissen. Geschiedenis is dus een manier van denken. En niet zomaar ‘feiten’ stampen. Als burgers in een democratisch land waarin wij voortdurend blootstaan aan informatie is die manier van denken erg waardevol.
Maatschappijleer
Wie beslist hoeveel studiefinanciering studenten krijgen? Mag de politie je zomaar aanhouden? En wat kan je doen als je geen werk kan vinden? Waar grote groepen samenleven, zijn afspraken gemaakt om dit goed te laten verlopen. Bij Maatschappijleer kijken we hoe de Nederlandse en andere samenlevingen zijn ingericht. Bovendien denk je na over wat jij van deze inrichting vindt. Het gaat dus over onze maatschappij, maar het gaat evenzeer over jouw mening. Je leert een mening te vormen op basis van een overweging van meerdere standpunten. Ook maak je kennis met sociaal-wetenschappelijk onderzoek.
Natuurkunde
De leerlingen volgen natuurkunde in klas 1 tot en met 4 tijdens periode-onderwijs. De lessen worden door alle leerlingen gevolgd. Veel onderwerpen worden tijdens deze lessen als ontwikkelingstof aangeboden en komen voor sommige leerlingen later terug als ze voor het vak natuurkunde kiezen. In klas 3 is het daarnaast mogelijk om NASK Lessen te volgen zodat de leerlingen zich een beeld kunnen vormen van wat het vak natuurkunde in de bovenbouw betekent. Vanaf klas 4 is natuurkunde een profielvak en wordt er in de vaklessen gewerkt aan de hand van een natuurkundemethode. Bij alle lessen speelt naast het overbrengen van theoretische kennis het practicum een belangrijke rol.
Biologie
Te midden van de andere vakken neemt het periodeonderwijs van het vak biologie in de klassen 1 tot en met 4 een bijzondere plaats in, aangezien de mens zelf het leerstofonderwerp is. Naast de periodelessen volgen alle leerlingen in klas 2 en 3 vaklessen biologie. In de vaklessen ligt de nadruk op het verwerven van basiskennis over de algemene biologie, de plant- en de dierkunde en op het oefenen van basisvaardigheden. Vanaf de klas 4 is biologie een sectorvak in de vmbo-stroom en een profielvak in de havo/vwo-stroom. In de vaklessen werken de leerlingen met een leermethode. Naast de vaktheorie staat bij het vak biologie het aanleren en oefenen van praktische vaardigheden centraal, tijdens practica, veldwerk en excursies.
Algemene natuurwetenschappen (ANW)
In klas 5 en 6 volgen alle havo- en vwo-leerlingen het vak ANW in het periodeonderwijs. Het vak is onderdeel van het schoolexamen. Bij ANW werken de leerlingen aan het verbreden van hun algemene kennis over historische en hedendaagse ontwikkelingen in de natuurwetenschappen. Het ontwikkelen van de oordeelsvorming ten opzichte van een aantal actuele en controversiële vraagstukken neemt een belangrijke plaats in. Het gebruikte lesmateriaal wordt door de docenten samengesteld.
Wiskunde
In klas 1 tot en met 3 wordt in de vaklessen veel aandacht besteed aan het inoefenen van algebraïsche vaardigheden. Tijdens de periodelessen introduceren we de domeinen Algebra (bijv. negatieve getallen, letterrekenen, het assenstelsel), Meetkunde (bijv. meetkundige basisconstructies, zoals de bissectrice en de hoogtelijn) en Combinatoriek. Vanaf klas 4 worden de leerlingen via de methode Getal en Ruimte voorbereid op het examen. De periodelessen bieden ruimte voor verdiepingsstof in de vorm van Stereometrie in klas 4 en Projectieve Geometrie in klas 5.
Economie
Economie is een vak dat over mensen en geld gaat. De meeste mensen willen altijd van alles. Zelf heb je vast weleens meegemaakt dat je iets heel graag wil en je er niet zondermeer op kunt vertrouwen dat je wens zomaar uitkomt. Je vraagt bijvoorbeeld voor je verjaardag een spelcomputer. Dan kan het gebeuren dat je ouders of verzorgers zeggen “nou dit vinden wij een te groot cadeau, gebruik je zakgeld maar of misschien is het verstandig om op zaterdag in de buurtsuper vakken te gaan vullen en met het geld wat je daar verdient daaraan te besteden”.
Mensen willen dus van alles. En het geld dat mensen verdienen is beperkt. Mensen moeten daarom leren keuzes te maken. In de bovenbouw gaan we dieper op de stof in en behandelen we ook onderwerpen als de arbeidsmarkt, internationale handel en ontwikkelingssamenwerking.
De stof die je in de bovenbouw moet beheersen is in de afgelopen veertig jaar weinig veranderd. Echter op dit moment is het vak economie op alle middelbare scholen en ook op onze school volop in beweging. De minister van onderwijs vond de economiestof weinig aansluiten op problemen van vandaag de dag. Zo vroeg de minister waarom economiedocenten de verlammende werking van corruptie en aids in derde wereldlanden niet behandelen? En wat wordt er precies bedoeld met economisch handelen? Deze en andere vragen hebben tot een ander economieprogramma geleid met meer aandacht voor ontwikkelingssamenwerking en speltheorieën.
Naast de verplichte Percent boeken behandel ik in de les actuele gebeurtenissen en berichten uit de kranten. Een voorbeeld van een actuele gebeurtenis is de recente economische crisis. Zowel bij banken en overheden als van de huizenmarkt. Ook wordt de opkomst van de Aziatische economieën als China besproken. Helaas is er te weinig tijd om alle onderwerpen uitputtend te behandelen.
Vanaf klas 4 wordt er gemiddeld twee a drie uur in de week economie gegeven. Het schoolexamen bestaat uit zes schoolonderzoeken en twee praktische opdrachten en een spel en/of experiment. Het gemiddelde van je schoolexamen en het centrale examen vormt je eindcijfer economie.
Helaas zijn er veel leerlingen die het vak moeilijk vinden. Te veel, te talig en schrikken van de sommen met bijbehorend rekenwerk. Als bovenstaande jou heeft aangesproken en je geen hekel hebt aan wiskunde en je bereid bent hard te werken dan kan het vak misschien iets voor je zijn.
Een totaaloverzicht van de lesstof van klas 1 en 2 is hier te vinden.

Leerling die hout bewerkt